Klimaat en erfgoed: Het Eeuwige Bewaren? Interview over belangrijk NWO-onderzoek naar de grenzen van de bewaarpraktijk van erfgoed.

Hoe duurzaam is onze omgang met erfgoed in tijden van klimaatverandering? Recent is het onderzoek ‘Het Eeuwige Bewaren? Tijd voor een Duurzame Opvatting over Erfgoed’ gestart. Platform Klimaat en Erfgoed is partner in dit project. In het licht van de klimaatcrisis én de noodzaak van een verantwoordelijke omgang met erfgoed voor toekomstige generaties verkent dit NWO-onderzoek de grenzen van het bewaren van erfgoed en mogelijke scenario’s om hiermee om te gaan. Het onderzoek vindt plaats aan de Universiteit Utrecht. Betrokken partijen zijn – naast het platform – Museum Catharijneconvent en de Oudkatholieke Kerk Nederland. We spraken hiervoor met dr. Lieke Wijnia: initiatiefneemster van het onderzoek, en dr. Jacolien Wubs: die als postdoc-onderzoeker het onderzoek uitvoert.

Platform Klimaat en Erfgoed zal gedurende het onderzoek via de LinkedIn-pagina updates geven en bijeenkomsten organiseren rondom het thema.

Kunnen jullie iets over jezelf vertellen en over jullie betrokkenheid bij het onderwerp van klimaat en erfgoed?

Lieke: Met een achtergrond in kunstgeschiedenis en erfgoedstudies werk ik sinds 2011 op het snijvlak van de museale en academische wereld. Ik zoek altijd naar mogelijkheden om het praktische werk in musea en erfgoedinstellingen te koppelen aan academische en theoretische reflectie. In musea is het soms moeilijk om los te komen van de waan van de dag en projecten die logischerwijs aandacht vragen, terwijl onderzoekers aan universiteiten juist soms ver van de dagelijkse praktijk en haar (on)mogelijkheden afstaan. Ik vind het belangrijk om onderzoekers kennis te laten maken met de museale praktijk, terwijl museumprofessionals zo nu en dan even stil mogen staan om te reflecteren op wat ze doen.

Mijn museale ervaring bestaat eruit dat ik ongeveer twee jaar bij het Kunstmuseum Den Haag heb gewerkt, zo’n zes jaar bij Museum Catharijneconvent in Utrecht, en ruim een jaar bij Stedelijk Museum Schiedam. In die jaren is de klimaatcrisis een steeds prangender thema geworden, zodanig dat het nu niet meer weg te denken is uit de dagelijkse praktijk. Enerzijds is het een onderwerp waar kunstenaars en publiek zich mee bezighouden; anderzijds beïnvloedt het ook hoe het museum wordt gerund.

Naast poëtische en artistieke benaderingen stelt het klimaat musea ook voor praktische uitdagingen. Energieprijzen zijn omhooggeschoten, gebouwen moeten worden verduurzaamd, en er moeten continu keuzes worden gemaakt. Welke bruiklenen uit het buitenland zijn wel, en welke niet verantwoord als je kijkt naar milieubelasting? Hoe kunnen we tentoonstellingsmaterialen hergebruiken? En hoe kunnen we vanuit duurzaamheidsoogpunt naar de omgang met de collectie kijken?

Die laatste vraag heeft geleid tot dit NWO-onderzoek naar alternatieven voor het gebruikelijke adagium dat alles van waarde moet worden bewaard voor de eeuwigheid. De actualiteit van dit onderzoek werd onderschreven door de Route Levend Verleden van de Nationale Wetenschapsagenda, waarbinnen het onderzoek door NWO werd gefinancierd. Als casus kijken we naar het liturgische textiel dat zich nu nog in Oudkatholieke kerken bevindt, maar waarvan de vraag is hoe lang het daar nog kan blijven. Als het daar niet langer wordt gebruikt of de bewaarcondities niet meer optimaal zijn, hoe gaan we dan met deze stukken om? De harde realiteit is namelijk dat ze niet allemaal in bestaande museale depots kunnen worden opgenomen, omdat depotruimte nu eenmaal beperkt is en museale opslag ook consequenties heeft voor duurzaamheid. Hoe gaan we met deze uitdaging om? Dat gaan we met deze partners en met Jacolien als postdoconderzoeker verkennen.

Jacolien: Ik ben opgeleid als kunsthistoricus en heb me gespecialiseerd in kerkelijke materiële cultuur. Dat brengt een objectgerichte benadering met zich mee: in mijn onderzoek is een object altijd het startpunt, als kunstvoorwerp, als religieus voorwerp en als cultuurhistorische bron. In mijn promotieonderzoek heb ik tekstdecoratie in oude protestantse kerken onderzocht, als een innovatieve vorm van visuele cultuur na de Beeldenstorm. In dit onderzoek speelde de relatie tussen kerkinrichting en het liturgische gebruik van de kerkruimte een belangrijke rol. Deze achtergrond heeft me sterk doordrongen van de veelzijdige waarde van religieuze objecten. Dat sprak mij ook aan in dit project, waarin de erkenning van de beschermwaardigheid van erfgoed nadrukkelijk één van de uitgangspunten is. Die zorgvuldigheid in de omgang met collecties zie ik terug bij alle samenwerkingspartners.

Als onderzoeker heb ik de kerkelijke erfgoedpraktijk ook van dichtbij leren kennen, bijvoorbeeld via een tentoonstelling die ik maakte als gastconservator voor het Veenkoloniaal Museum in Veendam. Daar zag ik opnieuw hoe actueel en urgent het vraagstuk is dat centraal staat in dit onderzoek: kerkelijke gemeenschappen worden kleiner, objecten worden minder gebruikt, kerkgebouwen worden afgestoten of herbestemd. Dat levert complexe kwesties op, vooral rondom roerend erfgoed: wat doen we ermee? De zorg voor het kerkgebouw en de inventaris kan een grote opgave worden voor plaatselijke gemeenschappen. 

Hoe kijken jullie vanuit jullie ervaring naar de relatie tussen klimaatverandering en erfgoed?

Lieke: Wat ik merk, is dat er steeds meer keuzes worden gemaakt die ingegeven zijn door argumenten die betrekking hebben op het klimaat. Hoe verantwoord is het om een bruikleen uit de VS naar Nederland te halen voor een aantal maanden? Hoe reizen we naar partners in andere landen waarmee we samenwerken? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat niet iedereen steeds opnieuw het wiel uitvindt als het gaat om tentoonstellingsvormgeving of transportverpakkingen? Dat zijn vrij concrete, pragmatische zaken waarbij het klimaat steeds vaker een factor aan tafel is.

Tegelijkertijd dwingt de klimaatcrisis ons ook tot reflectie op een hoger niveau. Hoe houdbaar is de manier waarop de erfgoedsector werkt? En dan ben ik met name geïnteresseerd in vraagstukken rondom collectiedynamiek: met verzamelen, wat volop gebeurt in musea en erfgoedinstellingen, komt ook de verantwoordelijkheid van ontzamelen. Voor mij zijn dit twee kanten van dezelfde medaille. Collecties moeten veel minder als statische eenheden worden gezien en veel meer als dynamische gehelen die zich blijven ontwikkelen. Het is vreemd dat het toevoegen van objecten aan collecties relatief eenvoudig is, terwijl het besluit dat iets niet langer in de collectie thuishoort veel meer voeten in de aarde heeft. Daarvoor moeten musea dan speciaal medewerkers voor ontzamelen inhuren. Dat dit zorgvuldig en met aandacht gebeurt, vind ik goed, maar de verhouding voelt scheef. Het zou een natuurlijk onderdeel van de collectiepraktijk moeten zijn.

Collecties worden van generatie op generatie doorgegeven, maar iedere generatie kijkt weer anders aan tegen wat daarin thuishoort en wat niet. Ik zou het geweldig vinden als we, mede ingegeven door de urgentie van de klimaatcrisis, veel meer met elkaar het gesprek aangaan over de beheersbaarheid van collecties en hoe we daar kunnen komen. Want ik zou het verschrikkelijk vinden als volgende generaties zich voelen opgezadeld met een collectie waarvan ze het merendeel als een last ervaren, terwijl het juist moet gaan over wat gekoesterd wordt.

Jacolien: De klimaatcrisis zet bestaande vraagstukken in de museum- en erfgoedpraktijk verder onder druk. De afwegingen die bij collectie- en erfgoedbeheer horen, over wat wel en niet bewaard moet of kan worden, en op basis van welke argumenten, zijn niet nieuw. Het klimaatvraagstuk dwingt ons wel opnieuw na te denken over de keuzes die we maken. De grenzen aan groei van collecties komen steeds scherper in beeld. Bovendien vormt de klimaatcrisis ook een bedreiging voor allerlei soorten van erfgoed. Het is belangrijk om de vraagstukken die daarbij horen niet vooruit te schuiven, ook al zijn de keuzes soms moeilijk.

Een tweede uitdaging is om dat gezamenlijk te doen. Het vraagstuk van de omgang met kerkelijk erfgoed is niet alleen een museumprobleem, maar een maatschappelijk vraagstuk waarin de kerkgemeenschap, en niet-kerkelijke, vaak betrokken lokale gemeenschappen, erfgoedinstellingen en onderzoekers een rol hebben. Als onderzoeker hecht ik aan het delen van kennis. Uit eerdere ervaringen weet ik dat wetenschappelijke aandacht ook kan leiden tot hernieuwde belangstelling binnen de gemeenschap zelf — er is een wisselwerking.

Vanuit welke toekomstverwachting over de gevolgen van klimaatverandering voor musea en erfgoed zijn jullie dit project gestart?

Lieke: Zoals ik het zie, is verandering door het klimaat een gegeven. Daar moeten musea en erfgoedinstellingen zich op aanpassen en in meebewegen, anders redden we het niet. Naast de meer pragmatische toepassingen heeft dit ook betrekking op fundamentele vragen: wat zien we als erfgoed, en hoe besluiten we om iets door te geven aan volgende generaties – of niet? Want besluiten om iets níet door te geven in de vorm van opnemen in een museale collectie is óók een optie.

Dat is echter een keuze die veel mensen, begrijpelijkerwijs, moeilijk vinden, omdat erfgoed met veel emoties gepaard gaat. Daarom worden besluiten vaak uitgesteld, waardoor het erfgoed zich lange tijd in onzekerheid bevindt. Maar niet kiezen is ook een keuze – eentje waardoor de last waarmee je nieuwe generaties opzadelt misschien nog wel groter wordt. Volgens mij is het daarom ontzettend belangrijk om hierover het gesprek te voeren: tussen musea en erfgoedorganisaties onderling, maar ook met het bredere publiek.

Het is belangrijk dat mensen meer inzicht krijgen in wat het betekent om iets te verzamelen of tot erfgoed te bestempelen, en wat de gevolgen daarvan zijn. Het is simpelweg onmogelijk om alles van waarde te bewaren – en dat zou je ook niet moeten willen, omdat alles in het land dan onder een stolp terechtkomt. We moeten op zoek naar een goede balans tussen bewaren en veranderen. Hoe die balans te vinden en te definiëren, besluiten we samen, maar daar zijn eerst goede gesprekken en experimenten met concrete cases voor nodig. Ik hoop dat we die op gang kunnen brengen, mede door dit onderzoeksproject.

Hoe gaat het onderzoek uitgevoerd worden?

Jacolien: De vraag welke waardevolle alternatieven er zijn voor het tot nu toe vaak leidende adagium ‘bewaren voor de eeuwigheid’ staat in dit project centraal. Mijn opdracht is om verschillende toekomstscenario’s voor de paramenten van de Oud-Katholieke Kerk in Nederland te verkennen, waaronder het museale bewaren, doorgaand liturgisch gebruik of een functionele herbestemming, documentatie, en een weloverwogen keus voor niet bewaren. Het onderzoek bevraagt de consequenties van zulke scenario’s. Wat zijn de consequenties daarvan voor de objecten en hun betekenis in het heden en vanuit hun lange en rijke verleden?: Wat bewaren we als we alle liturgische paramenten in kerken nu zouden opbergen in een museumdepot? Dan zijn de bewaarcondities optimaal, maar trekken we ze ook los van de bijzondere kerkruimten waarin ze een plaats en functie hebben. Wat blijft er dan bijvoorbeeld bewaard van hun oorspronkelijke betekenis in een gemeenschap die ze heeft gebruikt in hun rituelen? En in welke mate heeft het museum in dit scenario de mogelijkheid om ze aan het publiek te tonen? Die ‘tentoonstellingswaarde’ voor een museum is zwaarwegend. Hoe kunnen we omgaan met slijtage of zelfs verlies als we er toch voor kiezen kwetsbare stukken in kerken te blijven bewaren en gebruiken? Of zijn er andere vormen en plaatsen van bewaring denkbaar? Wat winnen we als objecten goed documenteren en digitaliseren omdat ze verloren dreigen te gaan? Is dat alleen de moeite waard voor kunsthistorici en religiewetenschappers, of ook voor een breder publiek? Dit soort vragen spelen een rol in dit onderzoek. Wetenschappelijke inzichten, bijvoorbeeld uit het veld van erfgoedstudies en de studie van religie en ritueel, kunnen helpen zulke vragen te beantwoorden. We kunnen ook leren van actuele experimenten uit de erfgoedpraktijk, om roerend kerkelijk erfgoed een nieuwe toekomst te geven, in binnen- en buitenland.

Ik hoop de weging van waarden die gemaakt moeten worden om over de toekomst van zulke stukken te besluiten te verhelderen, en kerkelijke gemeenschappen en de erfgoedsector handvatten aan te reiken voor de omgang met roerend religieus erfgoed. In deze beginfase van het onderzoek ben ik volop aan het kennismaken met alle partijen die bij dit onderzoek betrokken zijn. Ik leer van hun perspectieven, en raak steeds meer onder de indruk van de liturgische paramenten die al zolang in kerken een plaats hebben, en van de bijzondere zorg die kerkvrijwilligers en erfgoedbeheerders daaraan geven.

Over de wetenschappers

Dr. Lieke Wijnia: Kunsthistoricus en religiewetenschapper. Ze werkt als onderzoeker en curator, met een focus op de betekenis van kunst en muziek voor mensen. Ze werkte voor Museum Catharijneconvent en Stedelijk Museum Schiedam, maakte verschillende tentoonstellingen en is momenteel senior onderzoeker bij de Hanze Hogeschool Groningen, waar ze het belang van beeldende kunst en muziek voor leefbaarheid in het rurale noorden onderzoekt.

Dr. Jacolien Wubs: Werkt sinds september 2025 als postdoctoraal onderzoeker in het project ‘Het eeuwige bewaren? Tijd voor een duurzame opvatting over erfgoed’ aan het University College Utrecht (UCU), Universiteit Utrecht. Jacolien Wubs is kunsthistoricus en heeft zich gespecialiseerd in kerkelijke materiële cultuur, in het bijzonder van het vroegmoderne protestantisme.

Boven: Lieke Wijnia, onder: Jacolien Wubs