Dit interview is onderdeel van een reeks over klimaatverandering en erfgoed, in samenwerking met de Erfgoedstem. Periodiek verschijnt er een interview met een expert. Dit keer is het woord aan Jet Bakels. Als wetenschappelijk medewerker en antropoloog doet ze onderzoek bij Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN) naar manieren waarop immaterieel erfgoed bijdraagt aan een ecologisch duurzamere toekomst.

Kan je iets over jezelf vertellen en over jouw betrokkenheid bij het onderwerp van klimaat en immaterieel erfgoed?
Als antropoloog ben ik gefascineerd door rurale gemeenschappen en hun lokale kennis, vaardigheden en geloofsvoorstellingen met betrekking tot de natuur. Dat noemen we nu TEK; Traditionele Ecologische Kennis. Deze kennis heeft voor mij een ideologische en poëtisch inspirerende kant. Het heeft een groot respect voor bossen, bomen en sommige dieren. Tegelijkertijd biedt het ook een heel praktische vorm van kennis over bijvoorbeeld diergedrag, jacht en visvangst, over de werking van de seizoenen op de waterhuishouding en over bodemvruchtbaarheid. Deze kennis en vaardigheden van mensen noemen we immaterieel erfgoed. De beoefenaars van deze (traditionele) kennis geven hun kennis namelijk door aan volgende generaties. TEK is een onderwerp dat je in de hele wereld kan onderzoeken en heeft in mijn ogen een enorme urgentie, gezien de huidige klimaat- en biodiversiteitscrisis.
Ik weet dat er erfgoed verloren zal gaan door klimaatverandering. Maar ik vind het belangrijker dat we aandacht vragen voor de manier waarop immaterieel erfgoed kan bijdragen aan een klimaat robuuster en meer bio-divers landschap. Die positieve, instrumentele kant van immaterieel erfgoed inspireert mensen en kan een verschil maken.
Wat merk jij nu al van klimaatverandering en immaterieel erfgoed?
Ik vind het een beetje lastig om alleen over de impact van klimaatverandering te praten in relatie tot immaterieel erfgoed, want klimaatverandering hangt vaak samen met de biodiversiteitscrisis. Als ik bijvoorbeeld kijk naar de vormen van immaterieel erfgoed waarnaar ik onderzoek doe, versterken beide elkaar. De natuur is in onbalans gekomen door menselijk toedoen. Hele ecosystemen veranderen. Opmerkelijk is dat verschillende vormen van immaterieel erfgoed juist een nieuwe impuls krijgen door deze problematiek. Omdat mensen bijvoorbeeld merken dat hun praktijk een bijdrage levert aan het vergroten van de biodiversiteit, wat dat gebied dan weer weerbaarder maakt voor extreme droogte of hitte.
Er zijn natuurlijk wel specifieke vormen van immaterieel erfgoed waarbij je je kan voorstellen dat die niet meer kunnen worden uitgeoefend. Denk bijvoorbeeld aan op natuurijs schaatsen. Het zou natuurlijk heel jammer zijn als we dat niet meer kunnen doen. Aan de andere kant is een kenmerk van immaterieel erfgoed dat het dynamisch en beweeglijk is. Daarbij is de vraag hoe relevant dat schaatsen is voor beoefenaars wanneer we te maken krijgen met de enorme gevolgen van klimaatverandering. Ikzelf denk dat dat tegen die tijd een van onze mindere zorgen zal zijn.
In mijn ogen is het veel inspirerender om het gevoel te hebben iets te doen wat juist de toekomst nodig heeft, in plaats van te focussen op het onontkoombare feit dat sommige vormen van immaterieel erfgoed zullen uitsterven.
Welke maatregelen moeten we nemen om de schade te beperken?
Juist beoefenaars van immaterieel erfgoed kunnen belangrijke boodschappers zijn naar overheden om verandering teweeg te brengen. Het is belangrijk dat hun stemmen en waarschuwingen gehoord worden. Dat gebeurt veel te weinig, wereldwijd overigens. Daarom hebben we ook de internationale Working Group ‘Living Heritage, Climate Change and the Environment’ binnen het ICH NGO Forum (geaccrediteerde NGO’s bij UNESCO) opgericht. Ik zie ook belangrijke taak voor wetenschappers, die soms alerter en sneller reageren op signalen vanuit lokale kennis dan overheden.
Er zijn inspirerende voorbeelden waarbij lokale ervaringsdeskundigen en universitaire onderzoekers een verbond aangaan. En het is cliché, maar uiteindelijk geldt natuurlijk voor iedereen dat we onze levensstijl zullen moeten aanpassen (en dus maatregelen moeten nemen) om klimaatverandering tegen te gaan. Het is beter voor je welbevinden je te engageren in activiteiten, waaronder vormen van immaterieel erfgoed, waardoor je iets kan doen, in plaats van alleen iets te laten.
Het is beter voor je welbevinden je te engageren in activiteiten, waaronder vormen van immaterieel erfgoed, waardoor je iets kan doen, in plaats van alleen iets te laten.
Welke kansen zie jij in immaterieel erfgoed om bij te dragen aan klimaatadaptatie of klimaatmitigatie?
Ik zie daar veel kansen liggen. Veel lokale kennis en kunde krijgt een nieuwe rol en betekenis, en een nieuwe urgentie binnen het kader van de klimaatverandering. Een voorbeeld is traditionele graslandbevloeiing. Hierbij worden graslanden van water en mineralen voorzien middels een systeem dat gebruik maakt van hoogteverschillen, sloten, geulen en stuwen. Kunstmest maakte deze techniek even overbodig, maar je ziet nu dat de beoefenaars bewust bezig zijn met een duurzame oplossing voor dit oude probleem: het land voorzien van de nodige hoeveelheid water en mineralen, zonder dat er kunstmest aan te pas komt.

Een ander mooi voorbeeld is dat er een (vaak)nieuwe lichting imkers bijen houdt, omdat ze via die bijen een band met de natuur willen aangaan. En vanuit die band beseffen zij dat het zij ook een verantwoordelijkheid dragen voor de leefomgeving van die bij. Je kan niet meer zomaar ergens een bijenkorf plaatsen, want ons landschap is zo vervuild, verschraald en door klimaatveranderingen verdroogd dat het voor bijen (en andere insecten) heel moeilijk is om voedsel te vinden. Dan verliezen we niet alleen veel dieren, maar ook onze bestuivers!
Die imkers voelen zich daardoor dus veel meer verantwoordelijk om als een soort nieuwe landschapsarchitecten en biodiversiteit-denkers, te werken aan een gezonde groene omgeving. Er worden ook nieuwe samenwerkingsverbanden gezocht. Imkers zoeken b.v. contact met lokale overheden om hen te bewegen een beter, insect-vriendelijk bermbeleid te voeren Deze samenwerkingsverbanden zijn heel belangrijk voor de toekomst van het immaterieel erfgoed zelf, dat immers zo zijn relevantie behoudt, maar ook voor klimaatadaptatie én de biodiversiteit.
Daarnaast zie je ook nieuwe gebruiken die zich ontwikkelen. Denk aan het aanleggen van voedselbossen, guerrilla gardening, tegels vervangen door minituintjes etc. Het geeft mensen het gevoel dat ze zelf iets kunnen doen – en dat is ook zo! – in iets wat zo groot en ongrijpbaar is als klimaatverandering.
Tot slot wil ik nog een stap maken naar het Caribisch gebied, want we hebben het nu over Nederland en klimaatverandering, maar op Bonaire is dit allemaal al dichterbij. Daarom doen we ook onderzoek in samenwerking met onze partners op Bonaire, onder andere met Liliane de Geus. We keken daar naar de rol van cactusheggen op het eiland, en in het kader van het project Thirsty Islands met Suzanne Loen heb ik het gebruik van bronnen, putten en regenbakken in kaart gebracht op Bonaire, samen met Rosann Jansen. En met name met bewoners gesproken over hun gebruik van deze watersystemen. Wat willen zij? Wat zijn de beste manieren om (regen)water op te vangen en te behouden?

Vroeger was deze kennis veel vanzelfsprekender, maar door centrale waterleidingsystemen zijn deze privé oplossingen in onbruikgeraakt. Recentelijk – door extreem weer, met langdurige droogte en cyclonen – is de urgentie terug om deze kennis weer in te zetten en meer zelfredzaamheid op het gebied van drink- en waswater mogelijk te maken. Hierin kunnen we in Europees Nederland veel leren van Bonaire!
Wat is je toekomstverwachting ten aanzien van de gevolgen van klimaatverandering voor immaterieel erfgoed?
Wat een interessant gevolg is van klimaatveranderingen voor immaterieel erfgoed zijn de veranderende betekenissen en functies van het immaterieel erfgoed zelf. Een voorbeeld hiervan is de samenwerking tussen de Universiteit Groningen en de wilsterflappers (vogelvangers). Wilsterflappers gebruiken een vangtechniek met klapnetten, om goudplevieren en rosse grutto’s te vangen. Vroeger werd de techniek ingezet om de vogels voor consumptie te vangen, tegenwoordig worden de gevangen vogels geringd en onderzocht door wetenschappers. Hier is eveneens een link naar klimaatverandering en de biodiversiteit omdat via het onderzoek naar deze trekvogels te zien is wat de voedselsituatie is van het Waddengebied, waar de vogels moeten opvetten voordat ze doorvliegen om in het noorden te broeden of in het zuiden te overwinteren. Is er genoeg te eten geweest voor de vogel? Wat is er veranderd in de loop der jaren? Je kijkt als het ware door de ogen van de vogel naar de gezondheid van (onder andere) het Waddengebied, wat weer Werelderfgoed is.

Dit is een interessante en wezenlijke verandering van het immaterieel erfgoed. In mijn ogen is het de rol van KIEN om gemeenschappen te ondersteunen in deze veranderingen die een negatieve impact op de biodiversiteit omzetten in een positieve vorm, waardoor ook het erfgoed kan blijven bestaan.
Daarnaast zie ik de samenwerking tussen de universitaire wetenschap en burger-wetenschappers (de erfgoedbeoefenaars) ook als een kans voor de toekomst, die extra aan belang wint in het oog van de klimaatcrisis. Als je beiden als doel hebt om biodiversiteit te beschermen en klimaatsveranderingen op te vangen en beter te begrijpen, kan wetenschap en immaterieel erfgoed op een onverwachte en innovatieve manier in elkaar grijpen. Dat betekent wel dat je mensen met die lokale kennis serieus moet nemen en niet wegzetten als ‘traditioneel’. Het zijn mensen die vaak in een bepaald gebied zijn opgegroeid en heel goed weten wat er speelt en hoe het landschap reageert op klimaatverandering. Het is een bron van kennis en vaardigheden, die, zoals gezegd, ook beter op het netvlies van beleidsmakers mag komen.
Dat betekent wel dat je mensen met die lokale kennis serieus moet nemen en niet wegzetten als ‘traditioneel’.
Wil je nog iets kwijt?
In mijn ogen laten al die verschillende voorbeelden van immaterieel erfgoed ons nadenken over ideeën, over vooruitgang en het belang van lokale inzichten en kennissystemen. Toen prikkeldraad werd uitgevonden, hebben we honderdduizenden kilometers aan heg gerooid en vervangen door prikkeldraad als afscheiding van weilanden. Nu proberen we die heggen juist weer terug te brengen en te vlechten, omdat we zien dat die heggen verkoeling, biodiversiteit en betere grondkwaliteit brengen. We hebben het over ‘oude tradities’, maar eigenlijk ze zijn ze het antwoord op problematische aspecten van ‘de vooruitgang’ op dit moment.
We hebben het over ‘oude tradities’, maar eigenlijk ze zijn ze het antwoord op problematische aspecten van ‘de vooruitgang’ op dit moment.
Verder lezen?
Brochure: Meer dan bijen houden – Immaterieel Erfgoed
Immaterieel Erfgoed & Ecologische Duurzaamheid – Immaterieel Erfgoed Op veldwerk bij de Wilsterflappers – Immaterieel Erfgoed
